Maandelijks archief: januari 2014

Beste allen,

Vooreerst een heel gelukkig 2014 gewenst aan jullie allemaal.  Hopelijk wordt het een jaar vol voldoening, vreugde en goede gezondheid waarin jullie kunnen genieten van al het moois dat het leven te bieden heeft.  We hebben net een week vakantie achter de rug in Livingstone bij de Victoria Waterfalls.  Voor eenieder die nog twijfelde of Zambia een geschikte vakantiebestemming zou kunnen zijn, kan ik  volmondig bevestigen : Ja, het is een fantastisch mooi land.

Ergens onderin een lade op de consultatie van het ziekenhuis heb ik onlangs een jaarrapport gevonden, geschreven door één van onze Nederlandse voorgangers in het jaar 1990.  Op dat moment is de HIV-epidemie zich volop aan het ontwikkelen.  De kennis over deze ziekte is nog beperkt, de behandelingsmogelijkheden nog veel beperkter.  In zijn verslag lees ik dat HIV en de daaraan verbonden aandoeningen de belangrijkste doodsoorzaak zijn geworden in het ziekenhuis.  Kinderen sterven massaal aan ondervoeding omdat ze zelf besmet zijn of omdat hun besmette moeders hen niet voldoende kunnen voeden. Ondertussen zijn er ook veel meer patiënten met tuberculose die moeilijker te behandelen zijn omdat ze ook HIV hebben.  Afdelingen liggen vol met ongeneeslijk zieke patiënten.

Pas 14 jaar later, eind 2004, zullen er medicijnen verdeeld worden in het ziekenhuis om HIV te behandelen maar niet te genezen.  14 lange jaren, het is bijna hallucinant als je het je voorstelt. Ik weet nu hoe het voelt om AIDS-patiënten te behandelen aangezien we toch nog regelmatig hele zieke mensen op de afdeling krijgen die hun ART (anti-retrovirale therapie, de HIV-medicatie) niet hebben genomen of zich veel te laat hebben laten testen.  Het zijn medisch gezien hele lastige patiënten. Ze zijn uitermate verzwakt, reageren niet goed op medicatie en sterven meestal een langzame, pijnlijke dood. We staan erbij en kijken ernaar.  We troosten ons met de gedachte dat op datzelfde moment tientallen HIV-patiënten gezien worden op de consultatie en naar huis gaan met ARV’s en de volgende dag hun dagelijkse bezigheden kunnen hervatten en gezond zijn.  Maar dat was er in 1990 dus allemaal niet, enkel de stervende patiënten, die waren er te veel.

Ik vroeg gisteren aan een verpleger die hier al jaren werkt en ook al jaren de HIV-kliniek leidt, hoe het hier toen was, in de jaren voor de behandeling.   En hoe het kwam dat een ziekte die zo massaal om zich heen greep, niet heeft geleid tot gedragsverandering ?  Waarom promiscue zijn wanneer het zo veel risico’s met zich meebrengt ?  De problematiek is natuurlijk heel complex en een eenvoudig antwoord op deze vragen bestaat niet. Maar volgens deze verpleger aanvaarden mensen hier de ziekte als hun lot.  Het heeft geen zin voorzorgen te nemen, als je tijd gekomen is, dan is dat zo.  Ik vond dat een heel frappant antwoord. Ik als individualistische westerling kan me dergelijk fatalisme moeilijk voorstellen.  Maar als ik eerlijk ben zie ik het eigenlijk elke dag in het ziekenhuis : in het gelaten gedrag van moeders, van verpleging, van collega’s.  Of beter gezegd, ik interpreteer dit als gelatenheid, als onverschilligheid maar eigenlijk is het lijdzaam ondergaan.  Hier zijn geen ombudsmannen of klachtenbrieven die kunnen geschreven worden naar de lokale pers.  Je krijgt als patiënt vaak pas een voorkeursbehandeling als je geld of aanzien hebt en dat hebben de meeste kleine boeren uit Ibenga en omstreken helemaal niet.

Dit soort overpeinzingen helpen goed op een dag waar niks werkt op de afdeling, de elektriciteit eruit ligt en er weer maar eens geen bloed is in de bloedbank.  Dat maakt dat ik dan ook mijn lot lijdzaam probeer te ondergaan.

Advertenties