Maandelijks archief: november 2013

Werken in het ziekenhuis

Zondagavond, een zachte bries waait langs het raam naar binnen. Eindelijk is de temperatuur een beetje naar beneden gegaan, dit dankzij de regen die de laatste week is beginnen vallen.  Vanaf nu zal alles wat verdord en bruin was weer gaan groeien en bloeien en ontploft de natuur in een scala van groentinten.  Tevens vermenigvuldigen de reeds talrijk aanwezige muggen zich nog eens tienvoudig zodat binnenkort het ziekenhuis zal overspoeld worden met koortsige anemische kinderen met malaria.

Sinds begin oktober ben ik verantwoordelijk voor de kinderafdeling, Maarten natuurlijk voor de materniteit.   Zelfs in het droogseizoen worden er vooral  kinderen met malaria opgenomen.  Ze hebben allemaal bloedarmoede maar binnen aanvaardbare grenzen.  Voor de collega’s : een Hb van 6 g/dl noem ik al heel aanvaardbaar.   Er is immers enkel bloed voorradig voor de kritische patiënten dus we moeten spaarzaam omspringen met onze transfusies.  Vaak komen kinderen binnen met koorts, diarree, braken en hoesten.  Begin er maar aan : wat is het dan ?  Bloeduitslagen komen meestal pas binnen na 24 uur en zijn summier.  Afgaan dan maar op je klinisch onderzoek want de patiënt of de moeder ondervragen gaat moeizaam.  Ondanks het feit dat zogezegd de meerderheid van de kinderen naar school gaat spreekt er geeneen Engels, of toch niet tegen de witte dokter. Ook de moeders spreken alleen Bemba.  Ingestudeerde zinnetjes in de lokale taal zoals : “Braakt uw kind?” of “Plast het goed ?” worden meestal beantwoord met ellenlange zinnen waar ik geen woord in herken. De verpleging vertaalt dan maar de fijne nuances die je toch nodig hebt bij het doorgronden van de ziekte van een kind gaan volledig verloren.   Het gevolg is dat ik vaak meer dan 1 veronderstelde ziekte behandel, gewoon omdat ik niets zeker weet en de gevolgen zo drastisch zijn als ik er naast zit.  Gelukkig overlijden er hier in Ibenga een stuk minder kinderen dan in Benin.  Diegenen die het niet redden hebben vaak een onderliggend lijden zoals HIV of mentale retardatie.  Door de relatief goede opvolging en behandeling van HIV-positieve moeders en zwangere vrouwen is er de laatste 5 jaar een sterke daling opgetreden van de moeder-naar-kind-transmissie van het HIV-virus.  In 2005 lag de pediatrie nog vol terminale AIDS-kinderen, nu zie ik maar heel sporadisch nog HIV-geïnfecteerde patiëntjes.

Op de ‘female ward’ daarentegen ligt het vol met HIV-patiënten.  Ze zijn pas gediagnosticeerd met die ziekte of hebben TBC.  Er zijn er een paar die hun HAART-behandeling ( Highly Active Anti-Retroviral Therapy) slecht nemen en dus steeds terug komen met allerhande opportunistische infecties. Dit zijn infecties die gezonde mensen met een normaal afweersysteem niet krijgen.  Eens het HIV-virus je immuniteit begint af te breken ben je heel vatbaar voor deze specifieke microben.  Er wordt gezegd dat in Zambia ongeveer 50% van de HIV-geïnfecteerden niet op de hoogte is van zijn ziekte.   De consultatie van HIV-patiënten barst nu al bijna uit zijn voegen dus de volgende jaren is er nog heel veel geld, medicatie en personeel nodig om de zorg die patiënten nu krijgen te kunnen voortzetten.

Samen met de andere artsen proberen we momenteel een protocollen-boek op te stellen om ervoor te zorgen dat alle patiënten dezelfde kwalitatieve zorg krijgen ondanks de beperkte middelen.  Laat ik het voorlopig een hele “uitdaging” noemen.  Maar we hebben tijd, en meestal genoeg geduld.

Advertenties