Maandelijks archief: oktober 2013

Nieuw huis

Woensdag 16 oktober 2013

Sinds 5 dagen wonen we in ons nieuwe huis net naast het ziekenhuis. De thermometer wijst nog steeds 30 graden aan en het is bijna 21 uur. Maar de warmte is stukken draaglijker nu we niet meer met z’n zessen geprangd zitten op een oppervlakte van minder dan 50 m².

We zijn nu inderdaad met zes. 2 weken geleden is mijn mama aangekomen in Zambia, aanvankelijk vol goede moed en enthousiasme maar na 2 dagen in ons kippenhok al volledig gedemotiveerd en wanhopig. Het heeft enigszins geholpen om de zusters van het ziekenhuis onder druk te zetten vaart te maken met het buiten bonjouren van de arts die dit huis bezet hield en al weken beloofde dat de verhuiswagen onderweg was. Omwille van oma’s mentale gezondheid – en eerlijk gezegd, die van ons ook – is op 3 dagen tijd het hele huis gepoetst, geschilderd en opgeknapt en konden wij verhuizen. We hebben een tuin met tuinman erbij gekregen, een hoge haag voor de noodzakelijke privacy en een schaduwrijk terras. De huisvestingskwestie is dus van de baan.

Kasper en Hannah gaan nog steeds graag naar school. Hun engels gaat eindelijk met rasse schreden vooruit en ze begrijpen bijna alles in de klas. Als rasechte Zambianen zingen ze elke morgen het Zambiaans volkslied : “Praise a-wa nation” helemaal uit het hoofd mee. Thomas gaat sinds vandaag niet meer naar de lokale kleuterschool. De verstandhouding met de kinderen van zijn school is nogal complex : iedereen wil met hem spelen en wil hem aanraken. Ze vinden hem interessant en grappig en lachen hem de hele tijd toe. Hij wil gewoon gerust gelaten worden en denkt dat hij wordt uitgelachen. Zijn kennis van de engelse taal is nog steeds summier dus als hij iets wil vragen aan de juf verstaat die hem niet. Alle moeders zullen mij begrijpen als ik zeg dat ik het niet meer over mijn hart krijg hem ’s morgens op school van mij af te pellen. De meeste vaders zullen net zoals Maarten zeggen : we proberen nog even. Voorlopig blijft hij bij ons mama thuis en we zullen zien hoe we het na haar vertrek oplossen. Uiteindelijk heeft híj er niet voor gekozen om huis en haard te verlaten en in deze uithoek te komen werken.

Dat brengt me dus bij het werk in het ziekenhuis. Sinds 2 weken is dat legale arbeid geworden aangezien de papieren in orde zijn. Maarten runt de materniteit, ik hou me bezig met de pediatrie. Zelfs in dit warme droogseizoen zijn er veel kinderen met malaria, al komt de grote piek waarschijnlijk over 2 maanden wanneer het regenseizoen begint en er plots veel meer muggen zijn. Dan komen ook de kinderen met ernstige levensbedreigende bloedarmoede en dan worden bloedtransfusies de belangrijkste behandeling. Ik hou mijn hart vast want met de kleine hoeveelheden bloed die we nu krijgen van de centrale bloedbank komen we dan zeker niet toe. Ik, als blanke Europese controle-freak, probeer allerlei oplossingen te bedenken en begrijp vaak niet hoe het komt dat de rest van het personeel zo gelaten blijft onder deze situatie. Heel spitsvondig hebben ze besloten niet meer te spreken over “problems” maar over “challenges” – het uiteindelijke resultaat blijft hetzelfde namelijk er verandert niets. Dergelijk fatalisme zorgt er wel voor dat ze elke dag toch met plezier naar hun werk komen en niet gefrustreerd geraken van de soms uitzichtloze situatie. Vorige week vond ik toevallig een meisje van 9 op de afdeling met een verplaatste onderarmsfractuur. Ze was 2 dagen daarvoor gevallen en was door een verpleger op de lokale health post naar de stad gestuurd voor een RX (wij hebben nog steeds geen machine – die staat op een schip dat al 2 jaar aan het varen is naar Zambia). Ze zat stil op haar bed en hield haar pols vast. Zo’n kind zou op de spoed in Sint-Niklaas de hele afdeling bij elkaar huilen, dit meisje vertrok geen spier. Ook niet toen de kinesisten op de fysio-afdeling die pols eens goed gingen onderzoeken. Op mijn aandringen hebben we wat Ketamine gegeven, de pols gezet en gegipst. Ondertussen moesten ze vreselijk lachen om mijn week hart en zeiden me dat ik een slechte afrikaan zou zijn. Pijn en lijden horen bij het leven en je kan er maar best zo jong mogelijk aan beginnen wennen. Dat is toch iets waar wij ons als Europeanen sinds een paar generaties niet meer in herkennen, niet ?

Advertenties