4 maanden later

 

Beste allemaal,

Vandaag heeft het koude seizoen eindelijk zijn intrede gedaan. Ik zit met een dikke trui op de zetel en zit erover te denken toch maar kousen aan te doen. Het regende de hele dag vandaag, zo’n miezerig Vlaams/Nederlands herfstweer. Na al die maanden van tropische temperaturen dag en nacht is dit koudseizoen een verademing. Mensen halen hun winterjassen uit de kast en kinderen moeten nu toch echt wel een muts op ’s morgens. De ventilator kan terug opgeborgen worden terwijl die hier vorige week nog stond te loeien bij temperaturen van 35 graden.

Een aantal maanden geleden hebben we de beslissing genomen om ons driejarig contract niet meer te verlengen. Langzaamaan en met steeds meer tegenzin zijn we ons vertrek aan het voorbereiden. Nu opeens lijken onze collega’s onze aanwezigheid toch wel op prijs te stellen en reageren veel stafleden van het ziekenhuis eerder ontgoocheld op het feit dat we er over 4 maanden niet meer zullen zijn. Het lijkt nu alleszins ook voor ons een onwerkelijke gedachte…

Vorige week is de vrachtwagen van MSL (Medical Stores Lusaka) eindelijk langsgekomen. MSL levert de medicatie die wordt aangekocht en verdeeld door de overheid. De laatste keer dat we een levering kregen van medicatie was in november 2015. De bestelling van december en januari was geannuleerd door MSL omwille van langgerekte feestdagen en een leeg magazijn. De bestelde medicatie van februari gecombineerd met maart werd dus de eerste week van april 2016 geleverd. Begin maart werd het gebrek aan medicatie steeds nijpender. Er was geen paracetamol meer, geen Brufen, geen Voltaren waardoor elke vorm van pijn (van verstuiking tot 3de graads brandwonde en van botbreuk tot postoperatieve wondpijn) werd behandeld met Asperine 300 – of een veelvoud daarvan. Er was nog 1 soort intraveneuze antibiotica voorhanden en de ontsmettingsmiddelen waren ondertussen 4 maanden over datum. Via CHAZ – CDC – een organisatie die instaat voor de HIV-zorg in de Zambiaanse ziekenhuizen – hebben we een budget ter beschikking dat we vrij mogen besteden aan medicatie op voorwaarde dat het valt binnen de reguliere HIV-zorg. Dat is ruim te interpreteren. De apothekeres had een lijst opgesteld van alle essentiële medicatie die we misten. Het benodigde bedrag overschreed 3 maal het budget waar we gebruik van konden maken. Samen met de collega’s werd er twee uur lang gediscussieerd over wat nu echt levensnoodzakelijke en essentiële medicamenten zijn. De dames met vaginale infecties, de kinderen met hoofdschimmels en de patiënten met obstipatie moeten nu even op de tanden bijten want die medicatie heeft het niet gehaald. Het mag dan algemeen geweten zijn dat de corruptie in dit land welig tiert, in dit ziekenhuis is er alleszins geen sprake van. Elke Kwatcha wordt 3 keer omgedraaid vooraleer hij wordt uitgegeven en het is een permanente evenwichtsoefening om summiere inkomsten in balans te houden met broodnodige uitgaven.

Vorige week zijn Maarten, Kasper en 3 vrienden van Kasper gaan kijken naar een voetbal interland tussen Zambia en Congo-Brazaville in het grote stadion van Ndola. Ze hadden ticketten gekocht voor zitplaatsen. Edgar Lungu, de Zambiaanse president was ook aanwezig en had als kleine pre-verkiezingsstunt net voor het begin van de wedstrijd de toegang gratis gemaakt voor iedereen. Zulk nieuws verspreidt zich razendsnel natuurlijk met als gevolg dat het hele stadion tot de nok gevuld was met supporters. In tegenstelling tot voetbalwedstrijden in Europa ging het er heel rustig en beschaafd aan toe en was de sfeer ontspannen en uitgelaten. Geen gescheld, geen spreekkoren. Het hielp misschien dat er heel weinig supporters van de tegenpartij in het stadion zaten en dat Zambia 1-1 gelijk gespeeld heeft.

Volgende week vertrekken we voor 2 weken naar Kaapstad, naar mijn bescheiden mening de mooiste stad van Afrika. Met Nathan terug naar zijn geboorteland, 14 maanden later ! Onze jongste zoon groeit gestaag, lacht, eet en beweegt zoals een éénjarige hoort te doen. Alsof al die donkere en moeizame dagen er niet geweest zijn.

Veel groeten.

IMG_2452                   IMG_2476

foto hannah en nathanfoto nathan

 

Advertenties

In het donker

Buiten staat de generator te loeien, binnen is de temperatuur opgelopen tot meer dan 30 graden en het is al negen uur ’s avonds.  Net zoals de vorige jaren lijkt het alsof er geen einde komt aan het droogseizoen.  Er zijn al een paar regens gevallen maar nog lang niet voldoende om de temperatuur naar beneden te krijgen en nog zeker niet genoeg om de dam te vullen die instaat voor de elektriciteitsvoorziening van Zambia.  Tot op een bepaalde hoogte kan een westerse mens zich aanpassen aan stroompannes, zelfs als dat acht uur lang duurt en elke dag op een ander moment plaats vindt.  Maar ’s avonds, als er moet gekookt worden en er is warm water nodig voor het bad dan schieten een camping gasvuurtje en een dozijn kaarsen echt tekort.  Vandaar dus die generator, voor een paar uur comfort per dag.

De gevolgen die zo’n ‘load shedding’ hebben op ons gezin op micro-niveau zijn vervelend maar overkomelijk. Op macro-niveau is het dramatisch : we zijn de levende getuigen van de ineenstorting van een nationale economie.  Een aantal mijnen heeft zijn werknemers ontslagen omdat er zonder elektriciteit geen koper meer kan worden geproduceerd. Duizenden mensen staan op straat. De prijzen van alle voedingswaren gaan steil de hoogte in, de Zambiaanse Kwacha is elke dag weer minder waard.  De lonen van het overheidspersoneel (waaronder ook alle leerkrachten, verpleging, artsen, …) werden deze maand een week te laat betaald wat een verontrustend teken is van de slechte financiële toestand in het land.

Ondertussen in het ziekenhuis is het roeien met de riemen die we hebben.  Er is een generator die werkt maar die veel verbruikt. Moeilijke keuzes moeten worden gemaakt : spenderen we onze diesel aan een patiënt die erg ziek is en zuurstof nodig heeft ?  Of gebruiken we het voor de auto die naar de dorpen in de bush rijdt om daar HIV-medicatie te leveren ?  De subsidie van de overheid wordt steeds kleiner hoewel door de elektriciteitsproblemen de kosten alleen maar stijgen.  Het bisdom is eigenaar van de gebouwen maar biedt uitsluitend spirituele steun.  Een WC repareer je daar niet mee.  Andere donoren, die bijvoorbeeld de HIV-zorg financieren, klagen omdat ze niet meer op de hoogte worden gebracht van de vooruitgang van hun projecten.   Maar door de powercuts werkt het internet enkel sporadisch, kunnen er geen brieven geprint worden, kan niemand nog op de computer werken.  Ik weet dat de link tussen ‘Afrika’ enerzijds en ‘corruptie’ anderzijds snel gelegd is. Vaak wordt die connectie ook terecht gemaakt.  Maar nu ik zelf samen werk met mensen die capabel én betrouwbaar én ambitieus zijn merk ik dat het in deze omstandigheden verschrikkelijk moeilijk is om voor goed bestuur te zorgen.  Zelfs met veel goede wil en met voldoende budget geraak je er niet. Er zijn teveel randvoorwaarden die afwezig of onbetrouwbaar zijn. 

Het ziekenhuis is dus op zoek naar nieuwe manieren om inkomsten te verwerven. In samenwerking met een Vlaams koppel, Stijn en Katleen, wordt er een guesthouse gebouwd naast het ziekenhuis.  50 jaar geleden werden er lepra- en tuberculose patiënten verzorgd in een aantal kleine hutten op het hospitaalterrein. Dit was het allereerste begin van het Saint Theresa Mission Hospital. De chalets waren destijds degelijk gebouwd maar verkeerden in een slechte toestand. Ondertussen zijn er al 4 huisjes gerenoveerd en worden ze verhuurd aan onze Nederlandse studenten. De bedoeling is om op termijn ook een conference hall te openen met bar en restaurant.  Een groot deel van de opbrengst gaat naar het ziekenhuis.  Voor meer informatie kan je kijken op www.kamutamba.com

Ikzelf ben vorige maand terug beginnen werken, zij het dan parttime.  Hoewel een aantal stafleden in praktijk altijd maar deeltijds aanwezig is  (acute vermoeidheid op het werk, plotse aandrang tot overmatig drankgebruik, begrafenissen aan de andere kant van het land, …) is het voor iedereen wennen, niet in het minst voor mijzelf.  Op een kinderafdeling is niets voorspelbaar dus op de momenten dat ik er niet ben nemen mijn collega’s of de studenten het over.  De afgelopen weken weer wat ondervoede kinderen opgenomen die succesvol behandeld zijn.  Uiteindelijk komt ongeveer 50 % van deze kinderen na een paar maanden weer uitgemergeld terug maar het betekent wel dat de andere helft het relatief goed doet. Een aangezien ondervoeding eigenlijk een probleem is van slechte antenatale zorg (HIV-transmissie van moeder naar kind), slechte contraceptie (moeder wordt te snel weer zwanger) en slechte TBC-zorg (vader is bedlegerig en ligt de hele dag en nacht te hoesten in de hut) heb ik niet het idee dat we daar als afdeling iets aan kunnen veranderen. 

Van de kinderen op de afdeling naar die bij ons thuis.  Nathan wordt elke dag sterker.  De enige overblijfselen van zijn eerste moeilijke levensmaanden zijn de talloze enge foto’s op de computer.  Verder rolt en eet en zit hij zoals het past bij zijn leeftijd.  Voor Kasper, Hannah en Thomas is de grote vakantie begonnen.  2 eindeloze maanden vrij.

 

 

 

                                                                     

Een nieuwe telg

Ik schrijf dit blogbericht vanuit België waar ik sinds begin mei verblijf samen met de kinderen. Het zijn er ondertussen 4 geworden. Kasper, Hannah en Thomas hebben op 17 februari een broer gekregen. Nathan is geboren in Johannesburg na 29 weken zwangerschap. Ons zorgvuldig geplande gezinsuitbreiding is dus volledig anders gelopen, meer dan we ooit hadden kunnen vermoeden.   Dankzij een goede ziektekostenverzekering, een uitstekend privé-ziekenhuis in Zuid-Afrika en steun van familie en vrienden heeft Nathan het gered. Hij is een baby die alle kansen die voorhanden waren, ook heel erg heeft nodig gehad. Het contrast met de kinderen die dagelijks geboren worden in ons ziekenhuis in Ibenga kon niet groter zijn. We zijn dan ook heel dankbaar dat alles uiteindelijk goed is afgelopen.

Nathan weegt nu meer dan 6 kg en heeft eindelijk de onderste lijn bereikt in de groeicurves voor kinderen van zijn leeftijd. Hij ontwikkelt zich zoals een kind van 3 maanden zou moeten evolueren, hij lacht, kijkt zijn broers en zussen aan, slaapt veel en drinkt goed. Eind augustus keren we terug naar huis, naar Ibenga en beginnen daar aan ons derde Zambia-jaar. Opnieuw zullen we moeten aanpassen aan de bizarre logica van het Afrikaanse leven en aan de vreselijke temperaturen van het droogseizoen. Maar het is eindelijk wel ‘thuis’, waar we zullen wonen met z’n zessen in ons eigen huis.

Sinds april zijn er ernstige electriciteitsproblemen in Zambia. Niemand weet wat de echte reden is maar dagelijks zijn er stroompannes die tot 6 uur kunnen duren. En die onderbrekingen vinden plaats in het hele land. Voor het ziekenhuis is het natuurlijk catastrofaal : geen zuurstofconcentratoren meer want wat is het nut van iemand zuurstof geven als het maar enkele uren per dag mogelijk is ? Op die manier overlijden mensen met ademhalingsproblemen tóch en dan krijgen de andere patiënten nog meer schrik van die machine : als je dat zuurstofmasker op krijgt is het zeker snel gedaan met je. Operaties worden uitgesteld, monitors werken niet, ’s nachts moet er medicatie worden uitgedeeld bij kaarslicht. De generator draait dus veel vaker met als gevolg dat er veel meer diesel moet worden aangekocht maar daar is eigenlijk geen budget voor. En onnodig te vertellen dat de overheid op geen enkele manier tussen beide komt met financiële ondersteuning.

De verklaringen variëren : volgens de overheid is er te weinig regen gevallen zodat de grote stuwdam in het zuiden niet voldoende kracht kan leveren. Eigenaardig genoeg begonnen de electriciteitsproblemen al toen het regenseizoen nog bezig was. Anderen zeggen dat Zambia stroom is beginnen uitvoeren naar Zuid-Afrika (dat trouwens ook met ernstige electriciteitstekorten kampt). En sommigen beweren dat er nieuwe generatoren zijn geïnstalleerd in de stuwdam maar dat de kwaliteit van die machines zo slecht is dat er veel minder energie kan worden geproduceerd. En één of andere belangrijke pief in het hoofdstad zou er financieel wel bij gevaren zijn door de aankoop van die inferieure generators. In Europa zouden er koppen rollen in zo’n geval : de minister van energie zou met het schaamrood op de wangen ontslag nemen. In Zambia wijst elkeen een ander aan als schuldige en ondertussen sterven er patiënten in ziekenhuizen.

Gelukkig nieuwjaar

Gisterenavond terug gekeerd uit Livingstone, na 9 dagen deugddoende vakantie.  We hebben 1 week doorgebracht in het gezelschap van de broer van Maarten en zijn gezin, de watervallen weer bezocht en ze minder ‘vol’ bevonden dan vorig jaar.  Door de late start van het regenseizoen is het waterniveau van de Zambezi nog steeds erg laag maar niemand lijkt zich daar zorgen om te maken. Op dag 3 is het beginnen regenen in Livingstone en daarna is het eigenlijk niet meer gestopt.  Het is hier echt alles of niets.

De kinderen hebben er zich geen seconde aan gestoord, aan die regen. De temperaturen blijven natuurlijk nog steeds erg aangenaam dus je kan nog steeds zwemmen, je droogt alleen wat langzamer op.  Sinds Thomas zelf de opblaasbandjes rond zijn armen heeft mogen kiezen is hij volledig genezen van zijn afkeer van diep water. Na 2 dagen oefenen sprong hij zonder aarzelen van de mini-waterval in het zwembad van de lodge en konden vader en moeder eindelijk weer eens een boekje lezen in de strandstoel. Dat was ook weer wat jaren geleden.  Ondertussen zat ongeveer het volledige gastenbestand van het backpackershostel sociale contacten te leggen in de “lounge-corner”, een grote, centrale kuil met hippe kussens en comfortabele ligbanken.  Zij het dan dat deze contacten louter digitaal verliepen via smartphones, tablets en computers allerhande, met mensen elders in de wereld.  Gepraat werd daar eigenlijk niet veel meer, het enige menselijke geluid bij momenten waren de kreten van de zwemmende kinderen.  Er was een tijd dat kinderen niet welkom waren in dergelijke hostels.  Teveel nachtlawaai voor tere kinderzielen, te veel bierwedstrijden, te veel nachtelijke uitspattingen.  Tijdens die 7 dagen hebben we daar echter niets van gemerkt, een eenzame nachtbraker op het toilet niet te na gesproken. Het was pas op die ene avond dat de Wifi eruit lag dat alles weer wat begon te bruisen in de bar, er werden vriendschappen gesmeed, interessante gesprekken gevoerd en vakantieromances beleefd.  Een beetje zoals vroeger, zoals ik het me herinner uit mijn eigen rugzaktijd, toen je sprak met woorden en gebaren, niet met swipes en likes.

Deze morgen dan weer de eerste zaalronde na de vakantie.  Altijd een moeizame start.  2 weken geleden heeft het afdelingshoofd van het lab samen met personeel van de bloedbank uit Kitwe en behulpzame katholieke kerkgangers een bloedcollecte georganiseerd na de zondagsmis. De opkomst was uitermate bevredigend al werd uiteindelijk ongeveer 50 % van het bloed afgekeurd (HIV, syfilis, Hepatitis B) – ik blijf altijd schrikken van dit hoge aantal.  Maar de bloedbank van ons ziekenhuis  was dus voor een keer goed vol en veel kinderen hebben een levensreddende bloedtransfusie gekregen en zijn deze morgen dan in goede gezondheid naar huis gegaan.   Ik heb deze morgen ook Lovely onslagen, een meisje van 9 dat al 3 weken op de afdeling lag. Een kind met epilepsie sinds haar tweede, elke dag wel een aanval maar nooit medicatie hiervoor gekregen.  Epilepsie wordt vaak beschouwd als een gevolg van een vervloeking of ‘witchcraft’ en wordt dan ook vaak behandeld met traditionele medicatie.  Dit kind was mentaal geretardeerd, had verschillende littekens over haar hele lichaam door die dagelijkse stuipen maar sprak wel en liep gewoon rond.  Bij opname had ze koorts en stuipte ze nog meer dan daarvoor maar de malaria testen waren op dus pas 24 uur later bleek dat ze ernstige malaria had.  Ze ontwikkelde dan ook nog longoedeem (‘water op de longen’), een gevreesde complicatie van malaria waardoor ze comateus werd en enkel af en toe nog bewoog tijdens een nieuwe epilepsie-aanval.  Dankzij de pas geïnstalleerde monitor konden we haar zuurstofsaturatie opvolgen en die was dramatisch laag door al dat vocht.  In het bed naast haar lag op dat moment een zuigeling van 6 weken met hoogstwaarschijnlijk een aangeboren hartafwijking want het zuurstofgehalte bij dat kind lag nóg lager.  Meten is weten maar ook vaak meer zweten (voor de dokter).  De zuurstofconcentrator (machine die uit omgevingslucht zuurstof maakt, heeft 2 uitgangen) stond tussen de twee bedden in.  De baby kreeg 2 liter per minuut en had daarmee net genoeg zuurstof om aan de borst te drinken.  Het meisje kreeg veel meer waardoor de machine af en toe in het rood ging maar dat lichtje probeerde ik stelselmatig te negeren. Tot die ellendige regen, die wekenlang niet gevallen had, plots met bakken uit de lucht kwam en de elektriciteit uitviel.  De diesel voor de generator bleek zo goed als op.  De overheid heeft ons heel attent zuurstofflessen cadeau gedaan die echter leeg geleverd zijn.  De firma die normaal gezien de reguliere flessen vult voor OK heeft geen idee hoe ze die nieuwe flessen moet vullen.  Na overleg met de anesthesist werd er een fles van de anesthesie-machine naar de kinderafdeling gerold. Het connectiestuk met de zuurstofbril ontbrak maar met wat pleister en infuusbuisjes kan je veel fabriceren.  Dus nu die fles in het midden tussen de bedden maar hoeveel liter te geven ?  Er was maar 1 fles en 2 kinderen hadden verschillende hoeveelheden nodig.  Uiteindelijk kreeg er eentje te veel en eentje eigenlijk te weinig maar wat was het alternatief ? De baby heb ik uiteindelijk de volgende dag verwezen naar het ziekenhuis in de stad – gelukkig had de verpleegster van FCE nog een draagbare zuurstoffles liggen die ze wou uitlenen. Onze spiksplinternieuwe ambulance is ook geleverd met een lege fles en niemand weet waar ze gevuld kan worden.

Lovely  heeft een week in coma gelegen, werd gevoed met pap via een maagsonde en kreeg continu zuurstof.  Ze heeft het dus gehaald maar tegen welke prijs ? Haar mentale toestand was al niet goed maar nu spreekt ze zelfs niet meer en kan niet stappen. Ze is wakker, eet en drinkt zelf en stuipt niet meer.  Het personeel van de afdeling heeft echt gevochten voor dit kind en de opvolging was fantastisch goed.  Maar wanneer spreek je van een succes ?

Vanuit Zambia een heel gelukkig 2015 gewenst aan iedereen, met veel voorspoed en goede gezondheid in het nieuwe jaar.   En wat dankbaarheid en relativeringsvermogen, dat komt altijd wel van pas.

Vakantie

Ik krijg al geruime tijd de dringende vraag tot update van de blog. Nu wil ik jullie graag berichten over alle interessante, indringende en intrigerende zaken die ons hier te beurt vallen maar eerlijk gezegd is het leven in Ibenga meestal gewoon monotoon en volgt het een zeker dagelijks ritme dat niet vaak verandert.  De kinderen hebben nu 7 lange weken vakantie maar toch blijft het protocol elke dag gelijk : opstaan om half zeven, naar het ziekenhuis, naar huis voor de lunch, terug naar het ziekenhuis, thuisonderwijs voor Kasper en Hannah, avondeten, bad, DVD’ke en slapen.

Het weekend van Sinterklaas is voorbij – niet dat we er iets van gemerkt hebben. In Zambia is niemand op de hoogte van de heilige man zijn bestaan, tenzij in de Nederlandse en Belgische enclave in de hoofdstad. Daar wordt jaarlijks feest gevierd op 6 december maar we zijn er deze keer niet geraakt. In de winkels hangt de kerstversiering sinds oktober al klaar maar de echte kerstsfeer ontbreekt volledig, ondanks de stikhete kerstmutsen die de caissières moeten dragen.

Eindelijk begint de regen te vallen. Normaal gezien komt er een eind aan die verzengende hitte rond midden november. Dit jaar viel er bijzonder weinig regen in november. Boeren hebben al die tijd werkloos zitten wachten want planten en zaaien kan pas beginnen wanneer het regenseizoen echt van start is gegaan. Sinds vorige week valt er elke dag wel wat neerslag en de gevolgen zijn meteen zichtbaar. Ons volledig kapot gevoetbald gazon is plots weer groen, de temperatuur ’s nachts daalt beduidend en het water uit de kraan wordt steeds minder bruin.

Vorig jaar rond deze tijd hield ik de eerste vergadering met het personeel van de kinderafdeling. Hun grieven konden ze kenbaar maken en ik maakte een voorzichtig begin met mijn eigen verwachtingen. Vorige week vond ik de tijd rijp om nog eens te vergaderen : ons ondervoedingsprotocol moest geëvalueerd worden en er waren wat kleine problemen met het berekenen van doseringen. Ergens op de computer vond ik het verslag terug van vorig jaar. Groot was mijn verbazing toen ik merkte dat het grootste deel van wat we toen besproken en gepland hadden ondertussen daadwerkelijk uitgevoerd was.   Het sterkt me in de overtuiging dat hoe minder er vergaderd wordt hoe meer je uiteindelijk bereikt.

Maarten begint in de Copperbelt en omstreken nu toch naambekendheid te krijgen. Vanuit de grote steden, Kitwe en Ndola en zelfs uit de hoofdstad Lusaka, komen vrouwen naar het ziekenhuis om gezien te worden op de consultatie. Vaak worden ze opgenomen in het ziekenhuis voor allerhande gynaecologische ingrepen. Voor het ziekenhuis is het een welkome bron van inkomsten want die zijn schaars en altijd ontoereikend.

Over 2 weken komt Robert-Frank, de broer van Maarten, samen met zijn gezin op bezoek. Nieuwjaar vieren we dan in Livingstone bij de watervallen. We houden jullie op de hoogte.

TERUG THUIS

Tot mijn grote verbazing is het bijna 3 maanden geleden dat er nog een nieuw blogbericht is verschenen. Tijdens deze 3 maanden hebben we aanvankelijk enorm uitgekeken naar onze vakantie (juli 2014) en vervolgens een intense, verrijkende en vermoeiende augustusmaand in België en Nederland meegemaakt. In september uiteindelijk weer met beide voeten in de Zambiaanse klei en dat is altijd even wennen. Begin oktober nu en de extreme hitte van het einde van het droogseizoen is weer begonnen. Ik dacht dat ik er wel klaar voor was, voor die overmaat van zonneschijn, temeer omdat het hier in juni en juli zo koud is geweest.  En ook vooral na die natte en koude herfstdagen van 8 tot en met 31 augustus (onze vakantie in Europa). Maar toch is het moeilijk te verdragen : elke kleine inspanning kost enorm veel energie en je wordt er ook zo prikkelbaar van.  Kasper heeft nergens last van. Die stond op het warmste moment van de dag daarnet nog te voetballen in de tuin.

2 weken geleden zijn we met het hele gezin gaan logeren in Kampundu, een dorp in de brousse achter ons huis waar we elke dag doorfietsen op weg naar school. Samen met FCE, de organisatie van de school van de kinderen, proberen de dorpelingen wat extra inkomen te genereren.  Een paar maanden geleden is hun ‘guesthouse’ geopend, het mooiste huis van het dorp met buitenkeuken en vuurplaats.  Geen elektriciteit en geen stromend water, dat spreekt, zodat de echte Afrikaanse dorpservaring nog intenser wordt.  Kasper stond meteen te voetballen met de vrienden van zijn klas, Hannah lag op haar bed een boek te lezen en Thomas was enigszins beperkt in zijn bewegingsvrijheid omdat hij weer geen schoenen aan wou en de grond bezaaid lag met kleine doorntjes.  We kregen een rondleiding in het dorp en werden aan alle belangrijke mensen voorgesteld.  Ondertussen werd er voor ons gekookt op de houtskoolstoven buiten, de kinderen konden in de openlucht douche met op het vuur verwarmd water en het grote kampvuur werd aangestoken.  Allemaal erg gezellig, een beetje kamperen op z’n Afrikaans.  Spijtig genoeg kreeg Hannah daarna koorts en bij kaarslicht zoeken naar Panadol en een thermometer is minder idyllisch.  En bij diarree zit je ook liever op een propere WC dan te hangen boven een gat in de grond.  Toch nog een rustige nacht gehad gelukkig.  Weer maar eens beseft hoe fysiek zwaar het is om een Afrikaanse dorpeling te zijn. Zwaar en eentonig.  Wij lagen lekker warm op een matras onder een dik deken en muggennet. In de hut naast ons guesthouse sliepen op datzelfde moment 4 kinderen bovenop opengeknipte maïszakken en onder een dun laken – en ’s nachts is het maar 10 graden.  Altijd weer blij  dan om in mijn eigen huis toe te komen  waar water uit de kraan komt,  je af en toe eens een aflevering kunt zien van ‘Game of Thrones’ en waar je op het gemak op het gemak kunt zitten.

Maandagmorgen in het ziekenhuis : meeting om 8 uur om de week te openen. Onze collega laat ons per SMS weten dat hij vertrokken is op “emergency leave”, 1 van de 100 verschillende verloven die je hier kan opnemen.  Naar de reden van zijn vertrek hebben we het raden, dat het dan ineens veel drukker wordt in het ziekenhuis is al meteen duidelijk.  De clinical officer die de HIV-patiënten moet zien is diezelfde ochtend met spoed vertrokken naar Ndola omwille van persoonlijke motieven en heeft toestemming gekregen van zijn collega’s – die daar helemaal geen bevoegdheid voor hebben.  De fysiotherapeut is geen velden of wegen te bespeuren, die ligt waarschijnlijk nog te slapen (doet ze vaak ook op de massagetafel).  Het hoofd van het lab heeft nagelaten om de bloedanalyse-machine regelmatig schoon te maken dus die is nu plots kapot.  Spijtig genoeg heeft datzelfde hoofd nu “local leave” en is onbereikbaar.  En de neef van de anesthesist is overleden dus deze laatste moet een begrafenis regelen en zal de volgende 5 dagen  niet in het ziekenhuis zijn. Zucht, en dit is nog maar het begin van de week.  Beste vrienden en sympathisanten, prijst u allen gelukkig met uw collega’s, er zijn plekken waar het moeilijker, excuseer, uitdagender werken is.

IMG_1381
Guesthouse in Kampundu
IMG_1379
Super-de-luxe slaapkamer
IMG_1380
Stromend water maar je moet er even voor lopen

Winter in Ibenga

Zondagavond, 13 juli 2014.

Zonet is Maarten vertrokken naar het nabijgelegen café om in het gezelschap van enkele dronken tooghangers te kijken naar de finale van de Wereldbeker. We zijn er gedurende een paar weken op aangesproken in het ziekenhuis dat onze respectievelijke thuislanden het zo goed deden maar sinds de dubbele zeer onverdiende nederlaag tegen Argentinië is de lol er een beetje vanaf.

Het was een druk weekend. Vorige week zijn Cedric en Athina aangekomen in Ndola. Athina komt stage lopen op de pediatrie en Cedric begint op maandag als sportleraar op de middelbare meisjesschool tegenover het ziekenhuis. Tessa en Shaleen zijn 2 Nederlandse geneeskunde-studenten uit Groningen die hier 3 maanden verblijven in het kader van hun tropenstage. En sinds vrijdag logeren Bastiaan en Jenny, oude tropenkameraden, hier bij ons met hun 2 kinderen. Veel kans dat er morgen tijdens de meeting in het ziekenhuis meer blanke gezichten in de zaal zitten dan zwarte.

In het ziekenhuis is het bijzonder rustig. Op mijn afdeling liggen er 5 kinderen, het malaria-seizoen is nu definitief afgelopen. De nachten zijn echt koud en ’s morgens is het een hele opgave om op te staan. In al mijn overmoed dacht ik dat ik als Belg wel bestand was tegen een beetje kou. Maar hier heb ik natuurlijk geen thermostaat die om half zeven aanspringt en die ervoor zorgt dat ik mijn ontbijt eet in een lekker warme keuken. ’s Morgens zitten we met z’n allen te rillen boven de corn flakes, vaak met mutsen en sjaals aan. Zambianen hebben nergens last van. Net als tijdens de zinderende hittemaanden oktober en november zeggen ze : “Hier zijn we aan gewend, het is namelijk elk jaar opnieuw hetzelfde.” Ik kijk uit naar de zwoele zomeravonden van augustus wanneer we frisse rosé gaan drinken in de tuin in Melsele. Nog 3 en een halve week en we nemen het vliegtuig terug naar onze andere thuis. En dan zit ons eerste jaar in Ibenga erop.

Uiteindelijk hebben we net zoals in Benin ongeveer bijna een jaar nodig gehad om ons hier thuis te voelen. En nog schud ik dagelijks mijn hoofd bij sommige uitspraken of gebeurtenissen : ik begrijp er vaak niets van. Elke mens bouwt zijn leven op waarden en waarheden die instinctief aanvoelen als universeel en essentieel. Het is bijzonder moeilijk om die basale bouwstenen in vraag te stellen of te relativeren. In Ibenga ben ik net genoodzaakt dit elke dag te doen. Ik zie op de consultatie een vrouw die 2 weken geleden haar kind is verloren bij de bevalling. Wanneer ik haar vraag hoe ze zich voelt kijken zowel de vertalende verpleger als de vrouw zelf me niet-begrijpend aan. Nee, geen lichamelijke klachten dus alles is in orde. Als er al sprake is van verdriet kan ze dat wel heel goed verbergen. Moet ik dan concluderen dat zelfs rouw om het verlies van een kind cultureel bepaald is ? Dat mijn grootste nachtmerrie een fait-divers is in het leven van een vrouw aan de andere kant van de wereld ? Ik weet wel dat er talloze redenen en argumenten zijn om te verklaren waarom die vrouw op een dergelijke manier reageert. Maar dat betekent dat mijn gedrag ook te beredeneren valt en dus geenszins universeel is.

De grootste morele uitdaging voor een migrant : trachten te aanvaarden wat niet te begrijpen is. Ik mag gelukkig rekenen op het geduld en de flexibiliteit van Afrikanen. Ik wens mijn mede-migranten elders ter wereld hetzelfde toe.

Een school voor Thomas

Vrijdagavond, 30 mei. Op de valreep een nieuw blogbericht voor de maand mei. Terwijl ik dit schrijf trillen de ramen in hun sponningen : in de nurses-flat (huis waar verpleging verblijft) niet ver van onze woning is er een feestje aan de gang. Blijkbaar is een feest pas geslaagd als de muziek zo luid staat dat je er na 10 minuten al een permanente gehoorschade aan overhoudt. Ondertussen liggen er in datzelfde gebouw ook kinderen en baby’s te slapen maar dat mag de pret niet drukken. Maarten is een paar weken geleden met Nederlandse subtiliteit gaan vragen of het wat stiller mocht en zijn bewering dat je kanker zou krijgen van luide muziek heeft toch tot vanavond effect gehad. Misschien moet hij de volgende keer maar vernoemen dat je er ook impotent van wordt, dan hebben we de volgende 2 jaar nergens meer last van.

Thomas gaat sinds vorige week naar school. Het bestuur van de school van Kasper en Hannah heeft besloten dat bij hoge uitzondering een 4-jarige nu mag beginnen aan Grade 0. Hij zit dus in de klas met kinderen van 6 tot 8 jaar oud en volgens de juf staat hij zijn mannetje. Aanvankelijk ging hij 2 dagen in de week maar hij vindt het dermate leuk dat hij binnenkort naast maandag en woensdag ook op vrijdag naar school zal gaan. Een hele opluchting voor ons. De laatste weken keek hij enkel nog TV op de dagen dat Maarten en ik aan het werk waren. Hij kende alle afleveringen van Shaun The Sheep volledig uit zijn hoofd. Educatief niet zo verantwoord.

Even een kort woord over FCE, de organisatie die de school van onze kinderen heeft opgestart. De afkorting FCE staat voor Foundation for Cross Cultural Education en is opgericht door een Zuid-Afrikaans koppel. Ondertussen zijn er meer dan 50 ‘missionarissen’ die werken in de verschillende projecten van de organisatie. Vaak Zuid-Afrikanen maar er is ook een Australische verpleegster, een Indische lesgever, een Canadees koppel, … Naast de school voor kinderen uit de dorpen is er een college waar  les wordt gegeven. Je kan er trainingen volgen in landbouwtechnieken (veel nadruk op organic farming), onderwijs en ‘hospitality’. Er wordt heel vaak samengewerkt met de lokale boeren uit de omgeving en dit met succes. Al meer dan 10 jaar wonen en werken de leden van de organisatie hier in het achterland van Zambia. De resultaten die ze bereiken zijn heel hoopgevend en als het gaat om “samen voor een beter leven voor iedereen” – het adagium van vele NGO’s – dan lijkt dat hier toch zeker te lukken.

Vorige zaterdag organiseerde FCE hun jaarlijkse jubilee, een soort van Vlaamse kermis of braderij met stalletjes, activiteiten en competities. De auto zat barstenvol kinderen uit Ibenga toen we daarheen reden en iedereen heeft het de hele dag enorm naar zijn zin gehad. Voor het eerst sinds onze aankomst hebben we de dag doorgebracht in een gemengd gezelschap en is er geen onvertogen woord gevallen, geen geroep van MUZUNGU ! (Bemba woord voor blanke, frequentie : ongeveer 10 keer per dag), geen dronken lallende mannen, geen gestaar, geen gebedel om geld. Thomas heeft zelfs een prijs gewonnen voor de mooiste tekening en Maarten is nipt verloren bij de wedstrijd “kiekens vangen”.

1 maand geleden is Jojanneke aangekomen. Ze is een net afgestudeerde arts uit Groningen. Samen met de verpleging zetten we een broodnodig ondervoedingsprogramma op. Langzaamaan lukt het om de rest van het personeel ervan te overtuigen dat het inderdaad broodnodig is. We hebben voedingsschema’s opgesteld, maatbekers gekocht en het personeel een korte opleiding gegeven. Binnenkort begint het malnutritie-seizoen terug : de oogsten zijn op en het duurt dan nog een paar maanden vooraleer er vers voedsel beschikbaar is. En het zijn de allerjongsten die de eerste slachtoffers zijn van voedselschaarste. Daar komt dan nog bij dat moeders uit schaamte pas heel laat met hun kind naar het ziekenhuis komen. Tegen dan zijn ze uitgemergeld of opgeblazen en wordt behandeling uitermate delicaat. Onze internetverbinding is nu nog vreselijk traag maar bij beschikbaarheid van een sneller netwerk stuur ik zeker nog wat foto’s door zodat naast woorden ook beelden een impressie kunnen geven van ons leven hier in Ibenga.

Grote dorst

Alle goede voornemens ten spijt lukt het me niet om tweewekelijks een bericht achter te laten op de blog. Zelfs maandelijkse verhalen haal ik niet. Ongemerkt zijn we hier immers ook in een dagelijkse routine geraakt waar alles vertrouwd is. De nieuwswaarde van de gebeurtenissen hier lijkt voor ons vaak minimaal ; verbazingwekkend hoe snel je went aan nieuwe levensomstandigheden. Gelukkig maar.

En toch, een heel aantal zaken went nooit. Ook gelukkig maar. Het is en blijft moeilijk voor ons om de gedachten en beweegredenen van mensen hier volledig te begrijpen. Het gaat dan niet om de verschillen in omgang met elkaar : ik weet ondertussen wel dat ik uitgebreid moet groeten en dat ik iemand heel erg kan beledigen door iets met mijn linkerhand te geven. Dat zijn zaken die evident zijn en waar ik me gemakkelijk aan aanpas. Moeilijker wordt het wanneer het gaat om zoiets essentieel en universeel als de waarde van een mensenleven. Alleszins, we vermoeden dat het universeel is maar dan blijkt dat ‘leven’ hier anders wordt gedefinieerd dan bij ons. Dit wordt pijnlijk duidelijk tijdens een weekendwacht. Om te beginnen werkt het lab maar van 8 tot 10 uur op zaterdagmorgen. Dat wil dus zeggen dat de patiënten vanaf zaterdagmiddag tot maandagmorgen de klos zijn want de laborant komt alleen naar het ziekenhuis wanneer er écht iets héél dringends moet gebeuren. Meestal is de enige urgentie voor ons labpersoneel een eigen ziek familielid. Zondagmorgen 3 uur : ik word uit bed gebeld voor een ziek kind. Ik vind op de pediatrie een bewusteloos, lijkbleke baby van 8 maanden met cerebrale malaria, een dringende bloedtransfusie is absoluut nodig. Dan begint de miserie : de eerste laborant die ik opbel is dermate beneveld dat hij amper verstaanbaar is door de telefoon. Hij wil wel graag komen maar zit nog in de stad en moet eerst met de auto naar Ibenga komen. Geen goed idee. Ik stuur de nachtwaker naar de volgende laborant die naast het ziekenhuis woont. Deze bedankt feestelijk en zegt dat hij niet van wacht is en slaapt prinsheerlijk verder. De derde is op vakantie en de vierde woont ver van het ziekenhuis vandaan en heeft alleen een fiets. Bij nachtelijke keizersnedes is het nog erger : vaak is de helft van de dienstdoende OK-ploeg zo bezopen dat ze door enkel uit te ademen de patiënt in slaap kunnen krijgen. Het lijkt alsof het professioneel plichtsbesef hier iets anders wordt geformuleerd dan bij ons. Dat er door al dat gezuip mensen sterven, daar ligt niemand van wakker. En dat is een onoverbrugbaar wezenlijk verschil in levensbeschouwing – om het vriendelijk te formuleren.

Ondertussen hebben de kinderen een onbekommerd en vrolijk leven. Ze kunnen nu al van ver een dronken persoon herkennen want die komen we dagelijks tegen, vaak al op weg naar school om 7 uur ’s morgens. Ze zweren dure eden dat ze nooit ofter nooit bier gaan drinken dus dat toekomstig puberprobleem is ook al van de baan. Kasper is lid van een voetbalteam met een echte trainer en die gaat elke namiddag shotten. Hij is apetrots want hij heeft als enige scheenlappen én schoenen met toppen – en een tenue van het ter ziele gegane Beerschot waarvoor dank aan Nonkel Walter. Hannah heeft vorige week een daguitstap gemaakt naar het dorp van 1 van haar klasgenoten. Sommige kinderen hier kennen alleen hun eigen dorp en de school – zelfs Ibenga is voor hen een verre en onbereikbare plek. Dus nu maken ze samen met de juf een ronde langs alle dorpen in de bush. Binnenkort komen ze hier in de tuin hot dogs eten en kijken hoe de muzungu’s (blanken) leven. En Thomas lijkt zijn draai te hebben gevonden. Kijkt wat TV, speelt met zijn autootjes, wast zijn kleren samen met Petronella en houdt zich op zijn eigen hardhandige manier bezig met de 3 katten. Soms kan het leven zo eenvoudig zijn.